Carboplatine Onco Tain Iv Perf 1x45ml 10mg/ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Carboplatine Onco Tain Iv Perf 1x45ml 10mg/ml

  € 128,97

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 0,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 0,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Carboplatine is een zeer toxisch geneesmiddel met een geringe therapeutische breedte en het optreden van een therapeutisch effect is onwaarschijnlijk zonder enige tekenen van toxiciteit. Hematologische toxiciteit Myelosuppressie: De myelosuppressie verhoogt bij de patiënten die vooraf behandeld werden (in het bijzonder met cisplatinum) en/of van wie de nierfunctie aangetast is. De initiële dosis van carboplatine moet op aangepaste wijze worden verminderd bij deze groep van patiënten (zie rubriek 4.2) en de toxische effecten moeten zorgvuldig worden gecheckt door regelmatige hematologische controles tussen de cycli in. De combinatie van carboplatine met andere vormen van myelosuppressieve behandelingen moet zorgvuldig gepland worden ten aanzien van de doseringen en het ogenblik van de toediening teneinde de additieve effecten te minimaliseren. Beenmergonderdrukkende effecten kunnen bijkomend optreden naast de effecten door gelijktijdige chemotherapie. Patiënten met ernstige en aanhoudende beenmergonderdrukking lopen een hoog risico op infectiegerelateerde complicaties waaronder fatale afloop (zie rubriek 4.8). Indien een van deze voorvallen optreedt, moet de behandeling met carboplatine onmiddellijk worden onderbroken en dosisaanpassing of de stopzetting van de behandeling met carboplatine moet overwogen worden. Toezicht op de hematologische parameters: De myelosuppressie (leukopenie, neutropenie, trombocytopenie) is afhankelijk van de dosis en is er tevens de beperkende factor van. Een regelmatige controle van de hematologische waarden bij het perifere bloed is aanbevolen gedurende de behandeling met carboplatine en in geval van toxiciteit tot volledige recuperatie. De minimale waarden (nadir) verschijnen gemiddeld op dag 21 bij patiënten die carboplatine in monotherapie toegediend krijgen en op dag 15 voor de patiënten behandeld met Carboplatine in combinatie met andere chemotherapeutica. Over het algemeen kan men aanbevelen geen nieuwe cycli van carboplatine te starten alvorens het aantal leukocyten, neutrofielen en bloedplaatjes genormaliseerd is. De behandeling zou niet vroeger dan 4 weken na de vorige reeks injecties herhaald mogen worden en/of pas na herstel van het aantal leukocyten en aantal bloedplaatjes (respectievelijk 2.000 cellen/mm³ en 100.000 cellen/mm³). Secundaire leukemie Jaren na therapie met carboplatine en andere antineoplastische behandelingen zijn gevallen gemeld van acute promyelocytische leukemie (APL) en myelodysplastisch syndroom (MDS)/acute myeloïde leukemie (AML). Bloed- en lymfestelselaandoeningen Anemie is frequent en cumulatief en vereist heel zelden een transfusie. Hemolytische anemie met de aanwezigheid van serologische geneesmiddelopgewekte antilichamen is gemeld bij patiënten die behandeld werden met carboplatine. Dit voorval kan fataal zijn. Hemolytisch-uremisch syndroom (HUS) is een levensbedreigende bijwerking. Carboplatine moet worden gestaakt bij de eerste tekenen van microangiopathische hemolytische anemie, zoals een snel dalende hemoglobinewaarde met gelijktijdige trombocytopenie, verhoging van serumbilirubine, serumcreatinine, ureumstikstof in bloed of lactaatdehydrogenase (LDH). Nierfalen is mogelijk irreversibel na stopzetting van de behandeling en dialyse kan bijgevolg noodzakelijk zijn. Lever- en galwegaandoening Er zijn gevallen gemeld van veno-occlusieve ziekte (sinusoïdaal-obstructiesyndroom), waarvan sommige fataal waren. Patiënten moeten gecontroleerd worden op tekenen en symptomen van afwijkende leverfunctie of portale hypertensie die niet duidelijk het gevolg zijn van levermetastasen. Tumorlysissyndroom (TLS) In de ervaring na het in de handel brengen, is tumorlysissyndroom (TLS) gemeld bij patiënten na het gebruik van carboplatine alleen of in combinatie met andere chemotherapeutische middelen. Patiënten met een hoog risico op TLS, zoals patiënten met hoge proliferatiesnelheid, hoge tumorlast, en hoge gevoeligheid voor cytotoxische middelen, moeten nauwlettend gevolgd worden en gepaste voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden. Reversibel posterieur leuko-encephalopathie syndroom (RPLS) Er zijn gevallen van reversibel posterieur leuko-encephalopathie syndroom (RPLS) gemeld bij patiënten die carboplatine ontvingen in een combinatiechemotherapie. RPLS is een zeldzame, na stopzetting van de behandeling omkeerbare, zich snel ontwikkelende neurologische aandoening die kan leiden tot convulsies, hypertensie, hoofdpijn, verwardheid, blindheid en andere visuele en neurologische stoornissen (zie rubriek 4.8). De diagnose van RPLS wordt gesteld op basis van hersenscans, bij voorkeur MRI (Magnetic Resonance Imaging). Waarschuwing: Carboplatine Hospira moet worden toegediend onder toezicht van een bevoegde geneesheer met ervaring in het gebruik van cytostatica. Een aangepaste infrastructuur moet beschikbaar zijn teneinde de behandeling in de beste omstandigheden toe te passen en aan de verwikkelingen van deze behandeling het hoofd te kunnen bieden. De hematologische waarden moeten nauwgezet worden gecontroleerd en er moeten tests van de nier- en leverfunctie worden uitgevoerd. Het is aanbevolen de hematologische onderzoeken uit te voeren bij het begin van de behandeling en deze elke week te herhalen. Dit laat toe de latere dosering aan te passen. De behandeling van ernstige hematologische toxiciteit kan bestaan uit ondersteunende zorg, anti-infectieuze middelen voor gecompliceerde infecties, transfusies van bloedproducten, autologe beenmergtransplantatie als reddingstherapie, perifere stamceltransplantatie en hematopoëtische middelen (koloniestimulerende factoren). Er moet regelmatig een neurologisch onderzoek plaatsvinden. Er wordt aanbevolen de behandeling met Carboplatine Hospira te onderbreken in geval van myelosuppressie bij abnormale nier�en leverfunctie. Nierfunctie en combinatie met andere nefrotoxische geneesmiddelen: Hoewel carboplatine een beperkt nefrotoxisch potentieel bezit, kan een behandeling samen met aminoglycosiden een verhoging van de nier- en gehoortoxiciteit veroorzaken. Aangezien de myelosuppressie veroorzaakt door carboplatine met de nierklaring verbonden is, is het aan te bevelen de dosering aan de nierfunctie aan te passen en in geval van gelijktijdige behandeling met geneesmiddelen met een nefrotoxisch potentieel (zie rubriek 4.2). Bij patiënten met nierfunctiestoornissen is het effect van carboplatine op het hematopoëtische systeem meer uitgesproken en de werking houdt langer aan dan bij patiënten met een normale nierfunctie. In deze risicogroep moet de therapie met carboplatine met bijzondere voorzichtigheid uitgevoerd worden (zie rubriek 4.2). De incidentie en de ernst van nefrotoxiciteit zouden kunnen toenemen bij patiënten die voor de behandeling met carboplatine een verminderde nierfunctie hadden. Het is niet duidelijk of een geschikt hydratatieschema deze bijwerking kan overwinnen, maar in geval van ernstige wijziging van de nierfunctie is een dosisvermindering of stopzetting van de behandeling vereist. Een verminderde nierfunctie komt meer voor bij patiënten die een eerdere nefrotoxiciteit hadden als gevolg van een behandeling met cisplatine. Misselijkheid en braken: Carboplatine kan misselijkheid en braken veroorzaken die erger kunnen zijn bij patiënten die vooraf behandeld werden (in het bijzonder patiënten die vooraf met cisplatine behandeld werden). Premedicatie met anti-emetica en een verlenging van de toedieningsduur van carboplatine (via continue perfusie of gedurende 5 opeenvolgende dagen) hebben hun doeltreffendheid aangetoond op vlak van een daling in de frequentie en de intensiteit van deze bijwerkingen. Selectieve serotonine (5-HT3)-receptorantagonisten (bijv. ondansetron) of gesubstitueerd benzamide (bijv. metoclopramide) kunnen bijzonder doeltreffende anti-emetica zijn, en combinatietherapie kan worden overwogen bij patiënten met ernstige of refractaire emetogene effecten. Neurotoxiciteit en gehoorfuncties: Hoewel de periferische neurologische toxiciteit gewoonlijk banaal en mild is – beperkt tot paresthesieën en een afname van de osteotendineuze reflexen – is haar frequentie hoger bij patiënten ouder dan 65 jaar en/of bij patiënten die voordien met cisplatine behandeld werden. Monitoring en regelmatige neurologische onderzoeken moeten worden uitgevoerd. Er dienen audiogrammen gemaakt te worden voorafgaand aan de behandeling en tijdens de behandeling, of wanneer er auditieve symptomen optreden. Bij klinisch relevante verslechteringen van de gehoorfunctie kunnen dosisaanpassingen nodig zijn of moet de behandeling mogelijk worden stopgezet. Het risico op ototoxiciteit kan toenemen bij gelijktijdige toediening van andere ototoxische geneesmiddelen (bijv. aminoglycosiden)(zie rubriek 4.5). Overgevoeligheidsreacties: Men meldt gevallen van allergische reacties op carboplatine. Deze kunnen optreden enkele minuten na de toediening en moeten zo snel mogelijk met aangepaste maatregelen behandeld worden. Kruisreacties, soms dodelijk, worden voor alle platinaderivaten gemeld (zie rubrieken 4.3 en 4.8). Er bestaat een toegenomen gevaar voor allergische reacties, met inbegrip van anafylactische reacties, bij patiënten die vooraf werden blootgesteld aan een behandeling met platinaderivaten (zie rubrieken 4.3 en 4.8). Er zijn meldingen ontvangen van overgevoeligheidsreacties die overgingen in Kounis-syndroom (acuut allergisch kransslagaderspasme dat kan leiden tot myocardinfarct, zie rubriek 4.8). Het Kounis�syndroom kan zich ontwikkelen bij patiënten met of zonder cardiale risicofactoren en kan tot uiting komen door een combinatie van cardiale en allergische symptomen of geïsoleerd. Coronaire vasospasmen kunnen behandeld worden met steroïden en antihistaminica naast spasmolytica. Visuele stoornissen: Visuele stoornissen inclusief gezichtsverlies werden gemeld na toediening van hogere doses carboplatine dan deze aanbevolen voor patiënten van wie de nierfunctie aangetast was. Een verbetering en/of een complete terugkeer van het zicht treden enkele weken na stopzetting van de behandeling op. Geriatrisch gebruik: In studies over een combinatietherapie met carboplatine en cyclofosfamide hadden oudere patiënten hiermee behandeld meer kans op de ontwikkeling van een ernstige trombocytopenie dan jongere patiënten. Omdat de nierfunctie bij ouderen vaak verminderd is, moet bij het bepalen van de dosering ook met de nierfunctie rekening worden gehouden (zie rubriek 4.2). Andere: Zeer hoge doses carboplatine (tot 5 keer de aanbevolen dosis en meer in monotherapie) hebben geleid tot ernstige afwijkingen van de leverfuncties. Carboplatine kan indien toegediend tijdens de zwangerschap, schade veroorzaken aan de foetus (zie rubriek 5.3). Het toedienen van levende of levend-verzwakte vaccins bij patiënten die immunodeficiënt zijn als gevolg van chemotherapeutische middelen inclusief carboplatine kan leiden tot ernstige of fatale infecties. Vaccinatie met een levend vaccin moet vermeden worden bij patiënten die carboplatine toegediend krijgen. Gedode of geïnactiveerde entstoffen kunnen gegeven worden, maar de reactie op dergelijke vaccins kan verzwakt zijn. Pediatrische patiënten: Auditieve gebreken werden gemeld tijdens de therapie met carboplatine. Ototoxiciteit kan meer uitgesproken zijn bij kinderen. Een jongere leeftijd, een hogere cumulatieve dosis chemotherapie, CZS tumoren, nierinsufficiëntie en gelijktijdige bestraling van het CZS worden als risicofactoren beschouwd. Gevallen van gehoorverlies, intredend na een langere latentieperiode, zijn gemeld geweest bij pediatrische patiënten. Een audiometrische follow-up op lange termijn, met een jaarlijkse gehoortest en met frequentere testen indien gehoorverlies wordt vastgesteld, wordt aanbevolen in deze populatie.

Carcinoom

  • Eerstelijnsbehandelin
  • Tweedelijnsbehandeling na het falen van andere behandelingsregimes
  • Cumulatieve toxiciteit voor het beenmerg met andere myelosuppressieve substantia of radiotherapie.
  • Cumulatieve niertoxiciteit met substantia die potentieel nefrotoxisch zijn. Zie rubriek 4.4. Gelijktijdige behandeling met nefrotoxische of ototoxische medicamenten kan de toxiciteit verhogen of potentiëren als gevolg van de veranderingen van de nierklaring onder de invloed van carboplatine.
  • Orale anticoagulantia: Als gevolg van de toename van trombotische risico's in gevallen van tumorziekten is het gebruik van een antibloedstollende behandeling vrij frequent. De hoge intra�individuele variabiliteit van de coagulatie tijdens ziekten en de mogelijkheid van een interactie tussen orale anticoagulantia en antikankerchemotherapie kunnen een hogere frequentie van de NIR-monitoring bij een patiënt behandeld met orale anticoagulantia nodig maken. Gelijktijdige toediening tegenaangewezen
  • Inenting tegen gele koorts: risico van een gegeneraliseerde dodelijke vaccinale ziekte (zie rubriek 4.3) Gelijktijdig gebruik niet aanbevolen
  • Levend-verzwakte vaccins (met uitzondering van die tegen gele koorts): risico van systemische, mogelijk fatale ziekte. Dit risico wordt verhoogd bij patiënten die al een immunosuppressie vertonen als gevolg van hun onderliggende ziekte. Wanneer het bestaat, een geïnactiveerd vaccin gebruiken (poliomyelitis).
  • Fenytoïne, fosfenytoïne: bij de gelijktijdige inname van carboplatine met fenytoïne bestaat het gevaar voor exacerbatie van het optreden van convulsies door vermindering van de digestieve resorptie van fenytoïne door het cytostaticum ofwel verlies van werkzaamheid van carboplatine door de verhoging van het levermetabolisme onder de invloed van fenytoïne. Gelijktijdig gebruik overleggen
  • Ciclosporine (en door extrapolatie tacrolimus en sirolimus): buitensporige immuunsuppressie met risico van lymfproliferatie.
  • Aminoglycosiden: het gelijktijdige gebruik van carboplatine met aminoglycoside-antibiotica moet worden benaderd met de nodige voorzichtigheid wegens de cumulatieve nefrotoxiciteit en ototoxiciteit, met name bij patiënten met nierfalen.
  • Lisdiuretica: het gelijktijdige gebruik van carboplatine met een lisdiureticum moet met de nodige voorzichtigheid worden benaderd wegens de cumulatieve nefrotoxiciteit en ototoxiciteit.

De frequentie van de gemelde bijwerkingen is gebaseerd op een cumulatieve database van 1.893 patiënten die enkel een carboplatinebehandeling door injectie hebben gekregen en de postmarketingervaring. De lijst wordt voorgesteld in de orgaan-systeemclassificatie, met de voorkeurterm van MedDRA term en de frequentie met de volgende frequentiecategorieën: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, < (1/10), soms (≥1/1.000, < 1/100), zelden (≥1/10.000, < 1/1000), zeer zelden (< 1/10.000), en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Systeem Orgaan Klasse Frequentie MedDRA term Neoplasmata, benigne, maligne en niet�gespecifieerd (inclusief cysten en poliepen) Zelden Acute myelogene leukemieën, myelodysplastische syndromen Niet bekend Behandeling gerelateerde secundaire maligniteit Infecties en parasitaire aandoeningen Vaak Infecties* Niet bekend Pneumonie, sepsis/septische shock Bloed- en lymfestelselaandoeningen Zeer vaak Trombocytopenie, leukopenie, neutropenie en anemie Vaak Bloeding* Niet bekend Falen van beenmerg, koortsneutropenie, hemolytisch-uremiesyndroom

(HUS), hemolytische anemie (soms fataal) Immuunsysteemaandoeningen Vaak Overgevoeligheid, anafylactoïde type reactie Voedings- en stofwisselingsstoornissen Niet bekend Tumorlysissyndroom, dehydratie, anorexia, hyponatriëmie Zenuwstelselaandoeningen Vaak Perifere neuropathie, paraesthesie, verzwakking van de osteotendineuze reflexen, gevoelsstoornissen, dysgueusia Niet bekend Cerebrovasculaire accident*, encephalopathie, reversibel posterieur leuko�encephalopathie syndroom (RPLS) Oogaandoeningen Vaak Visuele storingen (inclusief zeldzame gevallen van gezichtsverlies) Niet bekend Corticale blindheid Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Vaak Ototoxiciteit Niet bekend Tinnitus Hartaandoeningen Vaak Cardiovasculaire storing Niet bekend Hartinsufficiëntie*, syndroom van Kounis Bloedvataandoeningen Niet bekend Embolie*, hypertensie, hypotensie, veno-occlusieve aandoening (fataal) Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Vaak Respiratoire aandoening, interstitiële longziekten, bronchospasmus Maagdarmstelselaandoeningen Zeer vaak Braken, nausea, buikpijn Vaak Diarree, constipatie, slijmvliesaandoening Niet bekend Stomatitis, pancreatitis Huid- en onderhuidaandoeningen Vaak Alopecia, huidaandoening Zelden Exfoliatieve dermatitis Niet bekend Urticaria, rash, erytheem, pruritus Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Vaak Musculoskeletale aandoening Nier en urinewegaandoeningen Vaak Urogenitale aandoening Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vaak Asthenie Niet bekend Necrose op de injectieplaats, reactie op de injectieplaats, extravasatie op de injectieplaats, erythema op de injectieplaats, malaise Onderzoeken Zeer vaak Nieren-clearance van creatinine verminderd, bloedureum verhoogd, alkalinefosfatase in bloed

verhoogd, aspartaat�aminotransferase verhoogd, test van leverfunctie abnormaal, natrium in bloed verminderd, kalium in bloed verminderd, calcium in bloed verminderd, magnesium in bloed verminderd. Vaak Bilirubine in bloed verhoogd, creatinine in bloed verhoogd, urinezuur in bloed verhoogd * Fataal in < 1%, fatale cardiovasculaire incidenten in < 1% inclusief hartfalen, longembolie en cerebrovasculair accident gecombineerd. Bloed- en lymfestelselaandoeningen De myelosuppressie is de beperkende factor ten aanzien van de posologie van carboplatine. Wanneer carboplatine in één enkele keer aan de maximaal verdraagbare dosis wordt toegediend aan patiënten met normale basiswaarden, stelt men het volgende vast:  Thrombocytopenie: Het aantal bloedplaatjes kan onder de 50.000/mm³ dalen bij 25% van de patiënten. Nadir wordt gewoonlijk de 21e dag vastgesteld.  Leukopenie: Het aantal leukocyten kan dalen onder 2.000/mm³ bij 14% van de patiënten. Nadir gewoonlijk op de 21e dag.  Een daling van het hemoglobinegehalte: Een anemie met hemoglobinewaarden lager dan 8 g/dl is bij 15% van de patiënten met normale basiswaarden waargenomen. De frequentie van anemie verhoogt met een toenemende blootstelling aan carboplatine.  Neutropenie: Een aantal neutrofielen lager dan 1.000/mm3 bij 18% van de patiënten, met een nadir op de 21e dag. Myelosuppressie kan ernstiger zijn en langer duren bij patiënten: - met nierinsufficiëntie - met een voorafgaande behandeling, met name bij patiënten met een voorafgaande behandeling met cisplatine - met een verminderde "performance"-score - ouder dan 65 jaar; - in geval van associatie bij een behandeling met ingrediënten die zelf myelotoxisch zijn Myelosuppressie is over het algemeen omkeerbaar en is niet cumulatief, wanneer carboplatine als enig middel en volgens de aanbevolen posologie wordt gebruikt. Infecties en hemorragische verwikkelingen worden respectievelijk gemeld bij 4% en 5% van de patiënten behandeld met carboplatine. Deze complicaties waren bij minder dan 1% van de patiënten dodelijk. Sepsis/septische shock werd ook gemeld. Nier- en urinewegaandoeningen De niertoxiciteit eigen aan carboplatine vormt doorgaans geen dosislimiterende factor en vereist geen preventieve maatregelen zoals een intensieve hydratering of een gedwongen diurese. Nochtans kan een verhoging van het ureumgehalte, het creatininegehalte of het urinezuur zich voordoen bij respectievelijk 14%, 6% en 5% van de patiënten. Deze verhogingen zijn over het algemeen matig en omkeerbaar bij ongeveer 50% van de patiënten. De creatinine-klaring die het meest gevoelige criterium van de nierfunctie is bij patiënten behandeld met carboplatine, dient om de klaring van het geneesmiddel en de medullaire onderdrukking te correleren. 27% van de patiënten die basiswaarden vertoonden van 60 ml/min. of meer, hadden een vermindering van de creatinine-klaring gedurende de behandeling met carboplatine. De frequentie en ernst van de nefrotoxiciteit kunnen verhogen bij patiënten van wie de nierfunctie reeds aangetast was vóór de toediening van carboplatine. Er werd niet duidelijk aangetoond of een aangepaste hydratering dit probleem kan oplossen; nochtans dient men de posologie te verminderen of de behandeling te onderbreken bij aanwezigheid van ernstig gestoorde nierfunctietesten. Maagdarmstelselaandoeningen  Braken treedt bij 65% van de patiënten op. Van de personen die braken (in het bijzonder zij die met cisplatine voorbehandeld werden) vertoont 1/3 ernstig braken. Nausea werd bij 15% van de patiënten vastgesteld. De patiënten die vooraf behandeld werden, lijken gevoeliger te zijn voor braken. De misselijkheid en braakneigingen verdwijnen gewoonlijk binnen 24 uur na de behandeling en kunnen worden beperkt (en zelfs voorkomen) met een anti-emetische behandeling.  Het braken is frequenter wanneer carboplatine wordt toegediend in combinatie met andere emetica.  De andere gastro-intestinale klachten waren pijn bij 8% van de patiënten, diarree en obstipatie bij 6% van de patiënten. Immuunsysteemaandoeningen Allergische reacties op carboplatine werden af en toe gemeld, zoals erythemateuze uitslag, koorts zonder duidelijke oorzaak of pruritus. Anafylaxis, angio-oedeem en anafylactische reacties, soms fataal, kunnen reeds minuten na injectie van het product optreden (met inbegrip van bronchospasme, dyspnoea, anafylactische shock, urticaria (netelroos), blozen, tachycardie, hypotensie, gezichtsoedeem en piepende ademhaling). Deze reacties kunnen met antihistaminica, adrenaline en/of glucocorticoïden worden tegengegaan. Ze zijn dezelfde als deze vastgesteld na de toediening van andere substanties die platina bevatten en ze kunnen voorkomen tijdens de minuten volgend op de toediening. De incidentie van allergische reacties kan verhogen na eerdere behandeling met platina. Allergische reacties zijn gemeld bij initiële blootstelling aan carboplatine. Patiënten zouden nauwlettend moeten worden geobserveerd op mogelijke allergische reacties en met geschikte middelen worden behandeld. Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecifieerd (inclusief cysten en poliepen) Secundaire acute maligniteiten na cytostatische combinatietherapieën met carboplatine worden gemeld. Oogaandoeningen Visusstoornissen, met inbegrip van tijdelijk verlies van het gezichtsvermogen (dat volledig kan zijn voor licht en kleuren) of andere stoornissen kunnen voorkomen bij patiënten die worden behandeld met carboplatine. Verbetering en/of volledig herstel van het zicht doen zich doorgaans voor binnen enkele weken nadat de behandeling met het geneesmiddel is stopgezet. Corticale blindheid is gemeld bij patiënten met een afgenomen nierfunctie die een hoge dosis carboplatine kregen. Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Men meldt een vermindering van het gehoorvermogen bij 15% van de patiënten behandeld met carboplatine. Deze vermindering bestaat uit een gehoorverlies in de hoge frequenties (4.000-8.000 Hz). Tinnitus werd ook gemeld en zeer zelden werden gevallen van hypoacousis gemeld. De vermindering van het gehoorvermogen kan aanhouden of erger worden bij patiënten die voorafgaand met cisplatine werden behandeld en bij wie tijdens die behandeling gehoorverlies optrad. Significant verlies van het gehoor is klinisch waargenomen, wanneer carboplatine werd toegediend in doses hoger dan de aanbevolen hoeveelheid of in combinatie met andere ototoxische stoffen (zie rubriek 4.5). Ototoxiciteit kan meer uitgesproken zijn bij kinderen, en gevallen van gehoorverlies met vertraagde aanvang zijn gemeld bij pediatrische patiënten (zie rubriek 4.4). Zenuwstelselaandoeningen Perifere neuropathie bij 4% van de patiënten. Bij de meerderheid van de patiënten beperkt de neurotoxiciteit zich tot paresthesieën en een vermindering van de peesreflexen. De frequentie en de intensiteit van dit neveneffect verhogen met de leeftijd van de patiënt (> 65 jaar), bij een langdurige behandeling met carboplatine en bij een voorafgaande behandeling met cisplatinum. De stoornissen van de gehoorfunctie en andere klinische gevoelsstoornissen van betekenis (met inbegrip van perversie van gezicht en smaak) traden slechts bij 1% van de patiënten op. Symptomen te wijten aan de toxiciteit voor het centraal zenuwstelsel werden gemeld bij 5% van de patiënten en lijken vaak aan het gebruik van anti-emetica gekoppeld te zijn. De globale frequentie van de neurologische effecten lijkt hoger te zijn bij patiënten die carboplatine in combinatie krijgen. Dit kan ook het gevolg zijn van een langere cumulatieve blootstelling. Hart- en bloedvataandoeningen Geïsoleerde gevallen van cardiovasculaire incidenten (hartzwakte, longembolie) en geïsoleerde gevallen van cerebrovasculaire accidenten worden gemeld. Lever- en galaandoeningen Men heeft een wijziging van de leverfunctie vastgesteld bij de patiënten die normale basiswaarden vertoonden: verhoging van het bilirubinegehalte bij 5%, SGOT bij 15% en alkalische fosfatasen bij 24% van de patiënten. De wijzigingen waren over het algemeen matig en reversibel bij ongeveer 50% van de patiënten. Bij een beperkte reeks patiënten behandeld met zeer hoge doses carboplatine gevolgd door een transplantatie van autoloog beenmerg werden ernstige leverfunctiestoornissen vastgesteld. Gevallen van acute fulminante levercelnecrose traden op na een hoge dosis carboplatine. Onderzoeken Bij sommige patiënten werd een vermindering van het gehalte aan elektrolyten in het bloed waargenomen: de gehaltes aan natrium, kalium, calcium en magnesium werden verminderd met respectievelijk 29, 20, 22 en 29%. Met name zijn gevallen van vroege hyponatriëmie gemeld. De elektrolytverliezen zijn gering en meestal verlopen zij zonder enige klinische symptomen. Over het algemeen is een supplement van elektrolyten niet nodig tijdens de behandeling met carboplatine. Een oorzakelijk verband is nog niet duidelijk vastgesteld, maar er moet rekening worden gehouden met het risico op hyponatriëmie bij patiënten die ook andere risicofactoren vertonen, zoals bij een gelijktijdige behandeling met diuretica. Een natriumsupplement of een vochtbeperking lost meestal het probleem van hyponatriëmie op. Huid- en onderhuidaandoeningen Alopecia treedt verhoogd op bij patiënten die cisplatine in combinatie met andere cytostatische drugs toegediend krijgen. Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Reacties ter hoogte van de injectieplaats: lokale reacties na de injectie zoals roodheid, branden, urticaria, zwelling en pijn werden gemeld. Necrose als gevolg van extravasatie werd eveneens gemeld. Koorts, rillingen en mucositis zijn ook soms opgetreden. Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten www.fagg.be - Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be e-mail: adr@fagg-afmps.be

Carboplatine Hospira is tegenaangewezen: - bij patiënten met overgevoeligheid voor de werkzame stof, andere platina bevattende verbindingen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. - bij patiënten die voorafgaand een ernstige nierinsufficiëntie vertonen; (creatinine-klaring <30 ml/min) tenzij naar het oordeel van de arts en van de patiënt de mogelijke voordelen van de behandeling tegen de risico's opwegen. - bij patiënten met een erge myelosuppressie - bij patiënten met bloedende tumoren - bij gelijktijdig gebruik van de vaccinatie tegen gele koorts (zie rubriek 4.5)

4.6. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap: Zoals bij elke chemotherapie moeten gedurende de gehele duur van de behandeling en gedurende ten minste de volgende 7 maanden na de laatste dosis adequate contraceptieve maatregelen worden genomen bij vrouwen die zwanger kunnen worden. Het geneesmiddel dient tijdens de zwangerschap alleen in levensbedreigende situaties te worden gebruikt of voor ziektes waarvoor veiligere geneesmiddelen niet kunnen worden gebruikt of niet doeltreffend zijn. Als het geneesmiddel tijdens de zwangerschap wordt toegediend of als de patiënt zwanger wordt tijdens het gebruik van carboplatine, moet de patiënt op de hoogte worden gebracht van het mogelijke gevaar voor de foetus. Carboplatine kan indien toegediend tijdens de zwangerschap, schade veroorzaken aan de foetus (zie rubriek 5.3). Er bestaan geen studies bij zwangere vrouwen. Vrouwen met een zwangerschapspotentieel moet worden geadviseerd een zwangerschap te vermijden. Borstvoeding: Carboplatine en zijn actieve metabolieten zijn geïdentificeerd in de moedermelk van behandelde moeders. Wegens de mogelijkheid op ernstige bijwerkingen bij zuigelingen moet de borstvoeding tijdens de behandeling en gedurende 1 maand na de laatste dosis worden gestaakt of moet de behandeling worden stopgezet, rekening houdend met het belang van het geneesmiddel voor de moeder. Vruchtbaarheid: Gonadale onderdrukking, die in amenorroe of azoöspermie resulteert, kan optreden bij patiënten die een antineoplastische therapie ondergaan. Deze effecten lijken in verbinding te staan met de dosis en de lengte van de therapie en kunnen irreversibel zijn. Voorspelling van de mate van testiculaire of ovariële functionele vermindering wordt bemoeilijkt door het veelvuldig gebruik van combinaties van verschillende antineoplastische middelen, die het moeilijk maken om de effecten van de individuele middelen te beoordelen. Aan mannen die vrouwelijke partners hebben die zwanger kunnen worden, wordt geadviseerd om adequate contraceptieve maatregelen te nemen gedurende hun behandeling met carboplatine en gedurende ten minste 4 maanden na de laatste dosis. Zowel mannen als vrouwen moeten advies inwinnen over behoud van de vruchtbaarheid voor het begin van de therapie, wegens de mogelijkheid van een irreversibele onvruchtbaarheid door de behandeling met carboplatine.

Volwassen

  • Patiënten die niet eerder behandeld werden: 400 mg carboplatine/m² lichaamsoppervlakte of volgens de Calvert-formule (zie bijsluiter)
  • Patiënten die wel eerder behandeld werden: vermindering van de aanvangsdosis met 20 - 25 %
  • De behandelingscycli kunnen worden herhaald na een behandelingsvrij interval van 4 weken
  • Dosisaanpassingen zijn aangewezen bij associatie met andere geneesmiddelen die het beenmerg onderdrukken, bij nierinsufficiëntie en risicopatiënten (patiënten die vroeger al werden behandeld met geneesmiddelen die het beenmerg onderdrukken en/of radiotherapie, en patiënten in een slechte algemene toestand) en als het aantal neutrofielen < 2000/mm3 en het aantal trombocyten < 100.000/mm3

Toedieningswijze

  • Kort IV infuus (15 - 60 min), hetzij na oplossing van het gelyophiliseerd poeder, hetzij door gebruik te maken van de gebruiksklare oplossing
CNK 2210896
Breedte 48 mm
Lengte 85 mm
Diepte 48 mm
Hoeveelheid verpakking 1
Actieve ingrediënten carboplatine
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)