Voriconazole AB 50mg Filmomh Tabl 30
Op voorschrift
Geneesmiddel

Voriconazole AB 50mg Filmomh Tabl 30

  € 163,18

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 12,80 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 8,50 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 163,18
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Overgevoeligheid Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven van Voriconazole AB aan patiënten met een overgevoeligheid voor andere producten uit de groep van de azolen (zie ook rubriek 4.8). Cardiovasculair Voriconazol is geassocieerd met een verlenging van het QTc-interval. Er deden zich zeldzame gevallen voor van torsades de pointes bij patiënten behandeld met voriconazol, die risicofactoren vertoonden zoals een voorgeschiedenis van cardiotoxische chemotherapie, cardiomyopathie, hypokaliëmie en die gelijktijdig geneesmiddelen toegediend kregen die mogelijk aan deze voorvallen hadden bijgedragen. Voorzichtigheid is geboden bij de toediening van voriconazol aan patiënten met potentieel pro-aritmische factoren zoals:  Congenitale of verworven QTc-verlenging.  Cardiomyopathie, in het bijzonder bij aanwezigheid van hartfalen.  Sinus-bradycardie.  Bestaande symptomatische aritmieën.  Concomitant geneesmiddel waarvan bekend is dat dit het QTc-interval verlengt. Elektrolytstoornissen zoals hypokaliëmie, hypomagnesiëmie en hypocalciëmie dienen vóór het instellen van en tijdens de voriconazol behandeling te worden gecontroleerd en, indien nodig, gecorrigeerd (zie rubriek 4.2). Er is een studie uitgevoerd bij gezonde vrijwilligers die het effect op het QTc-interval onderzocht van enkelvoudige doses voriconazol, tot 4 maal de gebruikelijke dagdosis. Niemand vertoonde een interval dat groter was dan de potentieel klinisch relevante drempel van 500 msec (zie rubriek 5.1). Levertoxiciteit In klinische studies zijn gevallen bekend van ernstige hepatische reacties op tijdens de behandeling met voriconazol (waaronder klinische hepatitis, cholestase en acuut leverfalen, ook met dodelijke afloop). Er werd vastgesteld dat hepatische reacties hoofdzakelijk optraden bij patiënten met ernstige onderliggende medische aandoeningen (overwegend hematologische maligniteit). Voorbijgaande hepatische reacties, zoals hepatitis en geelzucht, traden op bij patiënten zonder andere identificeerbare risicofactoren. De leverdisfunctie was meestal reversibel na het staken van de behandeling (zie rubriek 4.8). Controle van de leverfunctie Patiënten die Voriconazole AB krijgen, moeten nauwgezet worden gecontroleerd op hepatische toxiciteit. De klinische behandeling dient te bestaan uit laboratoriumbeoordeling van de leverfunctie (specifiek ASAT en ALAT) bij de start van de behandeling met Voriconazole AB en tenminste wekelijks gedurende de eerste maand van de behandeling. De behandeling dient zo kort mogelijk te zijn, maar indien op basis van de baten- risico-beoordeling de behandeling wordt voortgezet (zie rubriek 4.2), kan de controlefrequentie worden verminderd tot maandelijks als er geen veranderingen zijn in de leverfunctietesten. Als de leverfunctietesten opvallend verhogen, dient Voriconazole AB te worden gestopt, tenzij de medische beoordeling van de baten versus het risico van de behandeling voor de patiënt voortzetting van het gebruik rechtvaardigt. Controle van de leverfunctie dient zowel bij kinderen als bij volwassenen te worden uitgevoerd. Ernstige dermatologische bijwerkingen  Fototoxiciteit Daarnaast is Voriconazole AB geassocieerd met fototoxiciteit, inclusief reacties zoals efeliden, lentigo en actinische keratose en pseudoporfyrie. Er is een potentieel verhoogd risico op huidreacties/toxiciteit bij gelijktijdig gebruik van fotosensibiliserende middelen (bijv. methotrexaat, enz.). Het wordt aanbevolen dat alle patiënten, inclusief kinderen, tijdens een behandeling met Voriconazole AB blootstelling aan direct zonlicht mijden en maatregelen nemen zoals beschermende kleding en zonnebrandcrème met een hoge zonbeschermingsfactor (SPF).  Plaveiselcelcarcinoom van de huid (SCC) Bij patiënten werd plaveiselcelcarcinoom van de huid (SCC) (waaronder cutane SCC in situ of ziekte van Bowen) gemeld; sommige van deze patiënten hebben eerdere fototoxische reacties gemeld. Als fototoxische reacties optreden, dient multidisciplinair advies te worden ingewonnen en de patiënt doorverwezen te worden naar een dermatoloog. Stopzetting van de behandeling met Voriconazole AB en het gebruik van alternatieve antischimmelmiddelen dient overwogen te worden. Er dient systematisch en regelmatig dermatologische beoordeling plaats te vinden wanneer de behandeling met Voriconazole AB wordt voortgezet om premaligne laesies vroegtijdig te kunnen detecteren en behandelen. De behandeling met Voriconazole AB dient te worden gestopt indien premaligne huidlaesies of plaveiselcelcarcinoom worden vastgesteld (zie hieronder het gedeelte onder Langetermijnbehandeling).  Ernstige bijwerkingen van de huid Bijwerkingen met ernstige huidreacties (aangeduid als severe cutaneous adverse reactions; SCAR's), zoals het syndroom van Stevens-Johnson (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN) en geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), die levensbedreigend of fataal kunnen zijn, zijn gemeld met het gebruik van voriconazol. Wanneer zich bij een patiënt huiduitslag voordoet, dient hij zorgvuldig te worden gevolgd en dient de toediening van voriconazol te worden stopgezet in geval laesies verergeren. Voorvallen van de bijnieren Reversibele gevallen van bijnierinsufficiëntie zijn gemeld bij patiënten die azolen, waaronder voriconazol kregen. Bijnierinsufficiëntie is gemeld bij patiënten die azolen kregen met of zonder gelijktijdige corticosteroïden. Bij patiënten die azolen zonder corticosteroïden kregen, is bijnierinsufficiëntie gerelateerd aan directe remming van steroïdogenese door azolen. Bij patiënten die corticosteroïden innemen, kan de aan de voriconazol gerelateerde CYP3A4-remming van hun metabolisme leiden tot een overmaat aan corticosteroïden en bijnieronderdrukking (zie rubriek 4.5). Cushing-syndroom met en zonder daaropvolgende bijnierinsufficiëntie is ook gemeld bij patiënten die voriconazol gelijktijdig met corticosteroïden kregen. Patiënten die een langdurige behandeling met voriconazol en corticosteroïden (met inbegrip van inhalatiecorticosteroïden, bijv. budesonide en intranasale corticosteroïden) krijgen, dienen nauwlettend te worden bewaakt op bijnierschorsdisfunctie, zowel tijdens de behandeling als wanneer de behandeling met voriconazol wordt gestaakt (zie rubriek 4.5). Patiënten dienen geïnstrueerd te worden onmiddellijk medische hulp in te roepen als zij verschijnselen en klachten van Cushing-syndroom of bijnierinsufficiëntie krijgen. Langetermijnbehandeling Langetermijnblootstelling (behandeling of profylaxe) langer dan 180 dagen (6 maanden) vereist nauwkeurige beoordeling van de verhouding tussen voordelen en risico's en artsen dienen daarom de noodzaak te overwegen om de blootstelling aan Voriconazole AB te beperken (zie rubrieken 4.2 en 5.1). Plaveiselcelcarcinoom van de huid (SCC) (waaronder cutane SCC in situ of ziekte van Bowen) js gerapporteerd in relatie tot langetermijnbehandeling met Voriconazole AB (zie rubriek 4.8). Bij transplantatiepatiënten is niet-infectieuze periostitis met verhoogde gehalten fluoride en alkalische fosfatase gemeld. Als een patiënt skeletpijn en radiologische bevindingen ontwikkelt die passen bij periostitis, dient na multidisciplinair advies de stopzetting van de behandeling met Voriconazole AB overwogen te worden (zie rubriek 4.8). Visuele bijwerkingen Er zijn meldingen geweest van langdurige bijwerkingen met betrekking tot het zicht, inclusief troebel zicht, optische neuritis en papiloedeem (zie rubriek 4.8). Renale bijwerkingen Acuut nierfalen werd waargenomen bij ernstig zieke patiënten die met VORICONAZOLE AB behandeld werden. Het is waarschijnlijk dat patiënten die behandeld worden met voriconazol gelijktijdig nefrotoxische geneesmiddelen toegediend krijgen en lijden aan gelijktijdig optredende aandoeningen die een verminderde nierfunctie kunnen veroorzaken (zie rubriek 4.8). Controle van de nierfunctie Patiënten dienen gecontroleerd te worden op de ontwikkeling van een abnormale nierfunctie. Deze controle dient een laboratoriumbeoordeling te omvatten, in het bijzonder van serumcreatinine. Controle van de pancreasfunctie Patiënten, vooral kinderen, met risicofactoren voor acute pancreatitis (bijv. recente chemotherapie, hematopoëtische stamceltransplantatie [HSCT]) dienen nauwkeurig gecontroleerd te worden tijdens behandeling met Voriconazole AB. Controle van serumamylase of -lipase kan worden overwogen bij dit klinisch beeld. Pediatrische patiënten De veiligheid en de werkzaamheid bij pediatrische patiënten onder de leeftijd van twee jaar zijn niet aangetoond (zie rubrieken 4.8 en 5.1). Voriconazol is geïndiceerd voor pediatrische patiënten van twee jaar of ouder. Er werd een hogere frequentie van verhoogde leverenzymen waargenomen bij pediatrische patiënten (zie rubriek 4.8). De leverfunctie dient zowel bij kinderen als bij volwassenen te worden gecontroleerd. De orale biologische beschikbaarheid kan beperkt zijn bij pediatrische patiënten van 2 tot <12 jaar met malabsorptie en een voor de leeftijd zeer laag lichaamsgewicht. In dat geval is de intraveneuze toediening van voriconazol aanbevolen.  Ernstige dermatologische bijwerkingen (inclusief SCC) De frequentie van fototoxische reacties is hoger bij pediatrische patiënten. Omdat een ontwikkeling naar SCC is gerapporteerd, zijn voor deze groep patiënten stringente maatregelen voor bescherming tegen licht gerechtvaardigd. Kinderen met letsel door veroudering door licht, zoals lentigines of efeliden, worden vermijding van zon en dermatologische controle aanbevolen, zelfs na het stoppen van de behandeling. Profylaxe In het geval van behandeling gerelateerde bijwerkingen (hepatotoxiciteit, ernstige huidreacties inclusief fototoxiciteit en SCC, ernstige of aanhoudende visuele stoornissen en periostitis) moet het gebruik van voriconazol gediscontinueerd worden en het gebruik van alternatieve antischimmelmiddelen moet overwogen worden.

Voriconazole AB bevat de werkzame stof voriconazol. Voriconazole AB is een antischimmelmiddel. Het doodt de

infectie-veroorzakende schimmels of blokkeert de groei ervan.

Het wordt gebruikt voor de behandeling van patiënten (volwassenen en kinderen ouder dan 2 jaar) met:

 invasieve aspergillose (een schimmelinfectie die veroorzaakt wordt door Aspergillus sp.)

 candidemie (een andere schimmelinfectie, die veroorzaakt wordt door Candida sp.) bij niet-neutropenische

patiënten (patiënten zonder een abnormaal lage hoeveelheid witte bloedcellen)

 ernstige invasieve Candida sp.-infecties wanneer de schimmel resistent is tegen fluconazol (een ander

antischimmelmiddel)

 ernstige schimmelinfecties die veroorzaakt worden door Scedosporium sp. of Fusarium sp. (twee

verschillende schimmelsoorten).

Voriconazole AB is bedoeld voor patiënten met verslechtering van, mogelijk levensbedreigende,

schimmelinfecties.

Preventie van schimmelinfecties bij hoog risico ontvangers van een beenmergtransplantatie.

Dit geneesmiddel mag uitsluitend gebruikt worden onder toezicht van een arts.

Welke stoffen zitten er in dit middel?

 De werkzame stoffen in dit middel is voriconazol.

Elke filmomhulde tablet bevat 50 mg voriconazol.

Elke filmomhulde tablet bevat 200 mg voriconazol.

 De andere stoffen in dit middel zijn

Tabletkern: Lactosemonohydraat, gepregelatineerd zetmeel (mais zetmeel), mais zetmeel, croscarmellose natrium, povidon (K - 30), colloïdaal watervrij silica, magnesiumstearaat.

Filmomhulling: Hypromellose 2910, lactosemonohydraat, titaniumdioxide (E 171), triacetine.

Het is heel belangrijk dat u uw arts of apotheker inlicht indien u andere geneesmiddelen gebruikt of gebruikt heeft, zelfs als het geneesmiddelen betreft die u zonder recept kunt krijgen of kruidengeneesmiddelen.

De geneesmiddelen uit onderstaande lijst mogen niet worden ingenomen terwijl u met Voriconazole AB wordt behandeld:

 Terfenadine (gebruikt bij allergie)  Astemizol (gebruikt bij allergie)  Cisapride (gebruikt bij maagproblemen)  Pimozide (gebruikt bij de behandeling van psychische aandoeningen)  Kinidine (gebruikt bij een onregelmatige hartslag)  Ivabradine (gebruikt voor klachten van chronisch hartfalen, dat betekent dat het hart het bloed minder goed rondpompt)  Rifampicine (gebruikt bij de behandeling van tuberculose)  Efavirenz (gebruikt bij de behandeling van HIV) in doseringen van eenmaal daags 400 mg en hoger  Carbamazepine (gebruikt bij de behandeling van epileptische aanvallen)  Fenobarbital (gebruikt bij ernstige slaapstoornissen en epileptische aanvallen)  Ergotamine-alkaloïden (bijv. ergotamine, dihydroergotamine; gebruikt bij migraine)  Sirolimus (gebruikt bij transplantatiepatiënten)  Ritonavir (gebruikt bij de behandeling van HIV) in doseringen van tweemaal daags 400 mg of meer  Sint-janskruid (kruidensupplement)  Naloxegol (gebruikt voor de behandeling van obstipatie, met name obstipatie veroorzaakt door pijnmedicatie, opioïden genoemd (bijv. morfine, oxycodon, fentanyl, tramadol, codeïne))  Tolvaptan (gebruikt voor de behandeling van hyponatriëmie (verlaagde hoeveelheden natrium in uw bloed) of om de afname van de nierfunctie te vertragen bij patiënten met polycystische nierziekte)  Lurasidon (gebruikt voor de behandeling van depressie)  Venetoclax (gebruikt bij de behandeling van patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL))

  1. MOGELIJKE BIJWERKINGEN

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Als er al bijwerkingen zijn, zijn deze meestal licht en van voorbijgaande aard. Sommige bijwerkingen kunnen echter ernstig zijn en medische behandeling vereisen.

Ernstige bijwerkingen – Stop met het nemen van Voriconazole AB en ga onmiddellijk naar een arts

 Huiduitslag

 Geelzucht; veranderingen in bloedonderzoek naar leverfunctie

 Pancreatitis

Andere bijwerkingen

Zeer vaak: kunnen bij meer dan 1 op de 10 mensen optreden

 Visuele stoornissen (verandering in gezichtsvermogen, met inbegrip van wazig zien, veranderingen in het zien van kleuren, minder of geen licht in ogen kunnen verdragen, kleurenblindheid, oogaandoeningen, halo's zien, nachtblindheid, beweging van het zicht zodra het hoofd wordt bewogen, lichtflikkeringen zien, visuele aura,

verminderd scherpzien, helderheid gezichtsvermogen, uitval van een deel van het gebruikelijke gezichtsveld, vlekken voor de ogen)

 Koorts

 Huiduitslag

 Misselijkheid, braken, diarree

 Hoofdpijn

 Zwelling van de extremiteiten

 Buikpijn

 Ademhalingsmoeilijkheden

 Verhoogde leverenzymen

Vaak: kunnen bij maximaal 1 op de 10 mensen optreden

 Ontsteking van de neusbijholten, ontstoken tandvlees, rillingen, zwakte

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor voriconazol of één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Het is heel belangrijk dat u uw arts of apotheker inlicht indien u andere geneesmiddelen gebruikt of gebruikt heeft, zelfs als het geneesmiddelen betreft die u zonder recept kunt krijgen of kruidengeneesmiddelen.

De geneesmiddelen uit onderstaande lijst mogen niet worden ingenomen terwijl u met Voriconazole AB wordt behandeld:

 Terfenadine (gebruikt bij allergie)

 Astemizol (gebruikt bij allergie)

 Cisapride (gebruikt bij maagproblemen)

 Pimozide (gebruikt bij de behandeling van psychische aandoeningen)

 Kinidine (gebruikt bij een onregelmatige hartslag)

 Ivabradine (gebruikt voor klachten van chronisch hartfalen, dat betekent dat het hart het bloed minder goed rondpompt)

 Rifampicine (gebruikt bij de behandeling van tuberculose)

 Efavirenz (gebruikt bij de behandeling van HIV) in doseringen van eenmaal daags 400 mg en hoger

 Carbamazepine (gebruikt bij de behandeling van epileptische aanvallen)

 Fenobarbital (gebruikt bij ernstige slaapstoornissen en epileptische aanvallen)

 Ergotamine-alkaloïden (bijv. ergotamine, dihydroergotamine; gebruikt bij migraine)

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er zijn geen adequate gegevens over het gebruik van Voriconazole AB bij zwangere vrouwen beschikbaar. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Het mogelijke risico voor de mens is niet bekend.

Voriconazole AB mag niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap tenzij de voordelen voor de moeder duidelijk opwegen tegen het mogelijke risico voor de foetus. Vrouwen die zwanger kunnen worden Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten altijd effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling. Borstvoeding De uitscheiding van voriconazol in de moedermelk is niet onderzocht. De borstvoeding moet worden stopgezet bij het opstarten van de behandeling met Voriconazole AB. Vruchtbaarheid In een dierstudie was geen stoornis van de vruchtbaarheid aangetoond bij mannelijke en vrouwelijke ratten (zie rubriek 5.3).

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Uw arts zal uw dosering bepalen aan de hand van uw gewicht en het soort infectie waaraan u lijdt.

De gebruikelijke dosering bij volwassenen (ook bij ouderen) is:

Tabletten

Patiënten van 40 kg en zwaarder Patiënten van minder dan 40 kg

Dosis voor de eerste 24 uur (Oplaaddosis)

400 mg om de 12 uur gedurende de

eerste 24 uur

200 mg om de 12 uur gedurende de

eerste 24 uur

Dosis na de eerste 24 uur (Onderhoudsdosis)

200 mg tweemaal per dag 100 mg tweemaal per dag

Afhankelijk van uw reactie op de behandeling, kan uw arts de dagelijkse dosering verhogen tot 300 mg tweemaal per dag.

De arts kan besluiten de dosis te verminderen indien u lichte tot matige cirrose heeft.

Gebruik bij kinderen en jongeren

De aanbevolen dosering bij kinderen en tieners is:

Tabletten

Kinderen van 2 tot jonger dan

12 jaar en tieners van 12 tot en met

14 jaar die minder wegen dan 50 kg

Tieners van 12 tot en met 14 jaar

met een lichaamsgewicht van 50 kg

of meer, en alle tieners ouder dan 14

jaar

Dosis voor de eerste 24 uur (Oplaaddosis)

Uw behandeling zal starten met een

infuus

400 mg om de 12 uur, gedurende de

eerste 24 uur

Dosis na de eerste 24 uur (Onderhoudsdosis)

9 mg/kg tweemaals daags (maximale

dosis van 350 mg tweemaals daags)

200 mg tweemaal daags

Afhankelijk van uw reactie op de behandeling kan uw arts de dagelijkse dosering verhogen of verlagen.

Aan kinderen mogen alleen tabletten worden gegeven als ze deze kunnen slikken.

Neem uw tablet steeds minstens één uur voor of één uur na de maaltijd in. Slik de tablet in zijn geheel door met wat water.

CNK 4267589
Organisaties Aurobindo
Merken Aurobindo
Breedte 58 mm
Lengte 94 mm
Diepte 38 mm
Actieve ingrediënten voriconazol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)